Thuis onderwijs

Op deze pagina kun je tips vinden voor bewegend en spelend leren, om het thuis onderwijs net wat makkelijker en leuker te maken.

Taal

Bewegend memory

Schrijf of typ een aantal kaartjes met woorden twee keer. Leg alle kaartjes in een veld. Dit kan ook buiten, maar dan wel uit de wind, anders waaien de kaartjes weg. Leg de kaartjes het liefst wat verder uit elkaar. Ren om de beurt naar het veld en draai twee kaartjes om. Heb je een memory, dan mag je nog een keer. Wie verzamelt de meeste kaartjes?

*Maak een memory met zinnen en woorden, die op de plek van de puntjes horen. Zie de gratis download hieronder. Klik hier zonder achtergrond. Klik hier met een blauwe achtergrond.

Bingo met het rad

Laat je kind een bingo kaart maken met verschillende woorden. Laat je kind zelf deze woorden opschrijven. Haal ze bijvoorbeeld uit een leesboekje. Schrijf bijvoorbeeld 6 woorden op.

Gebruik vervolgens het volgende rad. Klik hier. Of pas het rad aan, aan de letters, die je kind al kent.

Je kind kijkt op zijn of haar bingo kaart. Draai je de letter d, dan mag je kind een kruis zetten door een woord dat begint met de letter d. Heeft je kind meerdere woorden met de letter d, dan mag je kind een woord doorstrepen en pas het volgende woord met de letter d, door kruisen, als het rad hier nog eens opvalt.

Woorden race

Schrijf een aantal woorden op woordkaartjes, die je kind kan lezen. Leg de kaartjes in een bakje. en zet naast het bakje met kaartjes een leeg bakje. Het liefst in een andere kleur. Zet de bakjes binnen of buiten neer.

Laat je kind een kaartje pakken uit het volle bakje. Je kind leest deze en legt het naast het bakje neer. Vervolgens…

… Buiten: rent je kind naar de andere kant van de tuin/stoep met een krijtje en schrijft je kind hier het woord op.

…Binnen: rent je kind naar de andere kant van de kamer/hal/etc. en schrijft het woord met een stift op een vel papier.

… dan rent je kind weer terug. Controleert het woord nog eens en legt deze in het andere bakje en pakt een nieuw kaartje.

Leesbingo

Speel het volgende spel. Je hoeft het niet te printen. Je kunt het spel zo vanaf het scherm spelen. Schrijf eventueel de nummers 1 tot 12 op een papier en zet een kruis, door de letters die geweest zijn.

Klik hier

Parcour

Maak in huis of buiten een parcour. Geef je kind tijdens het parcour een woord. Het kind hakt het woord, terwijl hij of zij over en door de hindernissen werkt.

Overgooien

Noem een woord en gooi daarna de bal of de ballon naar je kind. Elke keer, wanneer je kind de bal krijgt, noemt hij of zij de volgende letter van het woord.

Rennen naar de letter

Schrijf met stoepkrijt , of schrijf op papier en plak op de grond de letters, die je kind al kent. Noem vervolgens een letter en laat je kind hier naartoe rennen. Je kunt ook een heel woord spellen en je kind dit woord laten rennen.

Extra oefening: laat je kind zelf de letters schrijven.

Letters op de muur

Schrijf buiten met stoepkrijt de geleerde letters op de muur. Laat je kind met een bal op de muur stuiten en de letter noemen, die het kind raakt.

Recept lekker broodje

Laat je kind het volgende recept lezen en maken. De blauwe woorden zul je als ouder/verzorger moeten voorlezen. Ook zit er een klein stukje rekenen in het recept.

Klik hier

Rekenen

Beweeg en reken

Print de leuke bewegingskaarten van kleuteridee.nl hier. Laat je kind 6 leuke oefeningen kiezen en nummer de kaarten van 1 tot 6. Schrijf vervolgens sommen op kaartjes en laat je kind deze sommen oplossen. Elke keer wanneer je kind een som heeft opgelost, dan mag je kind dobbelen met de dobbelsteen. Dobbel je 3 dan ga je de oefening doen die op kaart 3 staat. Deze oefening doe je even vaak als het antwoord van de som, die je hebt uitgerekend.

Extra bewegen? Hang de kaarten op en ren naar de kaart toe, voordat je de oefening uitvoert.

Verliefde harten (splitsingen tot 10)

Print de verliefde harten uit, of knip zelf harten en schrijf hier de getallen op. Hang de getallen op. Noem een getal onder de 10 en ren zo snel mogelijk naar het getal, dat samen 10 maakt.

Klik hier

Getallen op volgorde

Knip een aantal kaartjes. Schrijf op de kaartjes verschillende getallen. Tot 20, 30, 50, 100 etc. Maar net wat jouw kind moet leren. Begin met 5 kaartjes en laat het kind de kaartjes zo snel mogelijk op volgorde leggen. Eventueel op tijd. Als dit goed gaat, kunnen er meer kaartjes bij.

Hinkelpad

Schrijf de getallen met stoepkrijt op de grond, of schrijf de getallen op papier en plak ze op de grond. Bedenk zelf welke getallen je gebruikt. Denk aan de tientallen, sprongen van twee, de telrij tot..

Geef je kind verschillende opdrachten:

  • Ren naar de…
  • Spring 2 getallen verder. Waar kom je dan te staan?
  • Spring de volgende som: 5+4. Start bij de 5 en spring 4 stappen verder.

Getallen memory

Knip een aantal kaartjes. Schrijf op de helft van de kaartjes sommen en op de andere kaartjes de antwoorden. Leg de sommen open op tafel. De antwoorden leg je met het antwoord naar beneden plat op tafel. Het kind kiest een som en rekent die uit. Vervolgens draait het kind een kaartje om. Is dit het goede antwoord, dan krijgt het kind beide kaartjes.

Getallen memory 2

Een andere variant is om de getallen in een cirkel te leggen. Het kind kiest dan niet zelf een kaartje, maar dobbelt met de dobbelsteen, om te zien welke som hij of zij moet oplossen. Het kind lost de som uit op het kaartje en draait dan een kaartje om. Als dit antwoord goed is, dan mag het kind beide kaartjes pakken. De som en het antwoord.

Klik hier

Bingo

Knip kaartjes en schrijf daar verschillende sommen op. Allemaal met antwoorden tot bijvoorbeeld de 20. Voor elke uitkomst moet er een som zijn. Laat het kind zelf een bingo kaart maken met 9 getallen tot 20.

Stop alle sommen in een dichte zak of bak, of leg ze omgekeerd op tafel. Pak steeds een som, los de som op en kijk of je het antwoord op de bingo kaart hebt staan.

Sommen tot 20:

5-4=1

10-6=4

4+3=7

7+3=10

10+3=13

14+2=16

10+9=19

6-4=2

11-6=5

4+4=8

9+2=11

15-1=14

19-2=17

18+2=20

9-6=3

12-6=6

5+4=9

8+4=12

13+2=15

10+8=18

Overgooien met de bal

Gooi over met een bal of een ballon. Zeg om de beurt een cijfer van de telrij. Je kunt ook tellen met sprongen van 2, 3 of 10.

Stuiteren met de bal

Stuiter met een bal en zeg de telrij op, of tel met sprongen. Vind je kind dit nog lastig. Schrijf dan eerst de telrij op met stoeprkijt op de tegels. Stuiter met de bal en zeg het antwoord hardop.

Speurtocht

Schrijf een aantal sommen op kaartjes. Schrijf voor elke som een cijfer. Geef je kind een blad met de cijfers van de vragen. Bijvoorbeeld 15 vragen, dan ook op het blad nummeren tot 15. Laat je kind alle vragen zoeken en deze oplossen. Maak het nog spannender door het op tijd te doen. Speel de speurtocht later gerust nog eens, maar verstop de vragen op andere plekken. Is je kind nu ook sneller?

Gok een hok

Schrijf de getallen, die je je kind wilt laten oefen op kaartjes en stop deze in een envelop of een zak. Misschien hebben jullie thuis nog wel een bingo spel. Dan kun je ook deze balletjes gebruiken.

Je kunt ook de volgende kaartjes printen: link.

Pak een kaartje uit de zak. Schrijf het getal op in de eerste rij. Wanneer je in het eerste vakje bijvoorbeeld de 7 opschrijft en je pakt daarna de 6. Dan kun je de eerste rij niet meer gebruiken. Die zit dan al vol. Je gaat dan naar de tweede rij. Wanneer één van de spelers niet meer kan, is die speler af. Wie kan de meeste kaartjes kwijt?

Klik hier

Kaboem

Schrijf verschillende sommen op ijslollystokjes en teken op één van de stokjes een bom. Wanneer je kind de bom pakt is het spel over.

Levende klok

Plak de cijfers 1 tot 12 op de grond. Noem een tijdstip. Bijvoorbeeld 3 uur. Laat je kind zelf de wijzers spelen. De benen zijn de grote wijzer en de armen de kleine wijzer. Of gebruik voor één van de wijzers een voorwerp. Denk aan een paraplu.

Samen 10

Gebruik de kaarten uit de webshop. Verdeel de kaarten over twee stapels. Speel met 2-4 spelers. Draai om de beurt een kaart om. Zijn twee kaarten samen 10. Druk dan op de bel, pak de knuffel van tafel, maak een duim op de rand van de tafel, maak een hoedje etc. De speler die als eerst is. Krijgt alle kaarten die open liggen op tafel.